Conita Vermeulen en Eloi Koreman over duurzaam bewonen van hun pand uit 1492

Om verdere klimaatverandering echt tegen te gaan moet er veel gebeuren. We moeten allemaal wat doen. Onze levensstijl aanpassen, anders wonen, werken en consumeren.‘Terug gaan’ kan juist vooruitgaan betekenen. Een inspirerend voorbeeld van mensen die deze visie al jaren in de praktijk brengen zijn het stel Conita Vermeulen en Eloi Koreman. 

Hun motto is: ‘Begin gewoon met iets. Als je eenmaal een stap hebt gezet is dat enorm motiverend. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor mensen in je omgeving. Het kan van alles zijn,  pak de trein of fiets, deel een auto, kies voor vegetarisch eten, zet de CV eens uit en trek iets warms aan. Verken vooral wat het betekent om van je gewoontes af te stappen. Soms moet je terug naar nul om te ervaren wat er aan mogelijkheden over blijft.’

Conita en Eloi volgden allebei de opleiding architectonische vormgeving aan de kunstacademie St. Joost en zijn werkzaam als ontwerpers. Conita ontwerpt interieurs en tekent aan - en verbouwingen. De ontwerpen van Eloi zijn gericht op de openbare ruimte, zo is de Hoge Brug aan de Haven van Breda van zijn hand. Sinds 1983 wonen ze in het monument De Drie Moren in het historische hart van de stad. Met veel inventiviteit en doorzettingsvermogen is het hun gelukt om het pand uit 1492 met behoud van de oude structuur te herstellen. Het telt drie verdiepingen Een monument duurzaam bewonen is niet gemakkelijk maar zij laten zien dat er mogelijkheden zijn.

Hoe kwamen ze in dit bijzondere pand terecht? De vader van Eloi woonde in een stadsboerderij aan de Leuvenaarstraat. Toen die gesloopt moest worden kreeg hij het pand als vervangende woonruimte aangeboden. Er moest ontzettend veel aan gebeuren, hij wilde er zelf niet wonen. Zijn zoon Eloi zag kansen en heeft een stichting opgericht voor het behoud van het pand. Door zelf in dienst te gaan bij die stichting had hij een basisinkomen. Zo werd het mogelijk te werken aan het bewoonbaar maken van het pand, de restauratie en het onderhoud. Gelukkig zijn er ook nog handige broers die mee helpen.

Eloi en Conita vertellen: ‘Vandaag komt de monteur langs en zijn we van het gas af, inmiddels zijn we al 2,5 maand all electric. Wij hebben zo’n € 6000,-  geïnvesteerd voor een elektrische CV-ketel, een zonneboiler, een nieuw fornuis enzovoorts. Op zolder staat een waterbak met een inhoud van 100 liter waarin water tot 90 graden door de zon verwarmd wordt. De leidingen moesten verlegd worden. Het grove werk daarvoor hebben we zelf gedaan, er hoefde alleen nog een monteur te komen voor het precisiewerk. Vloerverwarming hadden we twintig jaar geleden al aangelegd, radiatoren vonden we gewoon lelijk. Daarvoor moesten we eerst de hele vloer afgraven. Verder hebben een inductiekookplaat en nieuwe pannen aangeschaft. Het is wel jammer van dat mooie gasfornuis, maar dit werkt ook goed. Een koelkast hebben we niet nodig, alles blijft goed bewaard in de kelder. We hebben erg lang moeten wachten eer er iemand kon komen om het huis van het gas af te sluiten en we moeten er nog voor betalen ook. We verbruiken nu meer elektriciteit, we verwachten dat onze energierekening ongeveer hetzelfde blijft gezien de stijgende gasprijs.’

Conita werkt vanuit een atelier in een ander monument in de stad. Het is van oorsprong een industrieel pand, waar een lampenfabriek en een tapijtweverij in hebben gezeten en later galerie Ecker in is gevestigd. De welstandscommissie van de gemeente gaf als ‘pilot’  toestemming om op een rijksmonument een nieuw dak te maken met zonnepanelen als dakbedekking. Het was een heel gepuzzel, maar het is bijzonder goed gelukt, ook esthetisch. Eerst maakten ze een maquette, aan de hand daarvan is het dak geconstrueerd op een basis van hout en vlas. Conita is er als eerste in geslaagd ook dakramen in de zonnepanelen op te nemen. Dat wordt door de aannemer nu graag nagevolgd. Voor de gereconstrueerde bakgoten koos ze de houtsoort red cedar, dat hoef je niet te verven omdat er zoveel olie in zit dat het niet rot. ‘Ik heb nu nul op de energierekening en wek ook nog eens zoveel op dat ik €500,- terugkreeg van de netbeheerder,‘ vertelt Conita enthousiast, ‘dat is natuurlijk mooi meegenomen en het is heel leuk om te zien wat je zelf opwekt. De oude tapijtfabriek noemen we nu de energiefabriek.’

Eloi: ‘We zijn wereldbewoners en nu is hét moment. We kunnen echt niet doorgaan met alles op de oude manier te doen. Willen we het redden, dan moeten we solidair zijn met elkaar en samen werken, ook met andere landen. In 2005 was het voor mij genoeg, ik wilde geen stap meer zetten in een voertuig dat door fossiele brandstof wordt aangedreven en rijdt ook niet meer met anderen mee. Vliegen deed ik sowieso al niet. Ik doe alles met de trein, fiets en loop. Dan kun je je werk toch niet doen?, zeggen mensen dan. Je wordt al snel als een sukkel gezien. Het gaat juist prima, ik zal je een voorbeeld geven. Ik was met een aannemer bezig met het project bij de haven en we moesten naar een bedrijf in Oosterhout. Hij vond het vanzelfsprekend dat ik met hem mee zou rijden, omdat ik geen auto heb. Nee, zei ik, ik ga met de fiets. Hij was helemaal verbaasd toen ik er eerder was dan hij. Ik nam de kortste weg door het bos, dat kon hij met zijn auto natuurlijk niet. Met de trein reizen gaat trouwens ook prima en comfortabel. Nu zijn ze bezig met het ontwikkelen van elektrische zelfsturende auto’s die heel dicht op elkaar kunnen rijden in de file. Maar dat is dan toch gewoon een elektrische trein, die we al honderd jaar hebben?’ Tja, waarom zouden we daar niet meer in investeren? Innovatie is geen doel op zich.

Met dank aan de medewerking van Monique de Leeuw, Conita Vermeulen en Eloi Koreman.

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen